© Matthijs Koster

Hans Peeper

  • Audiobijdrage: 1
  • Taal: NL
© Matthijs Koster

Hans Peeper (* 1939) groeide op in Amsterdam als zoon van Dora en Simon Peeper. In juni 1943 werd het gezin naar doorgangskamp Westerbork gestuurd. In maart 1944 werden zij gedwongen op een trein naar Bergen-Belsen te stappen. Na aankomst werd Dora Peeper ondergebracht in het vrouwenkamp. Zij overleed drie maanden vóór de bevrijding aan uitputting en ondervoeding. Simon Peeper moest zwaar lichamelijk werk verrichten en werd regelmatig geslagen. Toen hij ziek werd, werd hij overgebracht naar een ziekenstation; de kleine Hans mocht bij zijn vader blijven. In de ziekenbarak ontsnapten zij beiden aan de evacuatie van Bergen-Belsen door de nationaalsocialisten en maakten zij de bevrijding van het kamp door Britse troepen mee, die daar meer dan 10.000 lichamen aantroffen. Hans en zijn vader werden per vliegtuig naar een Duits ziekenhuis gebracht en na enkele maanden overgeplaatst naar Eindhoven. De familie Spies nam de jongen in huis, terwijl zijn vader verder herstelde in het ziekenhuis. Omdat Hans zich in het concentratiekamp met het tuberculosevirus had besmet, moest hij eerst negen maanden thuis in bed blijven. Daarna verbleef hij nog eens negen maanden in een kindersanatorium. Na zijn herstel ging Hans bij zijn vader en zijn stiefmoeder wonen. Bijna al zijn familieleden werden tijdens de oorlog vermoord, maar Hans heeft een positieve levenshouding weten te behouden. Als ooggetuige vertelt hij zijn persoonlijke verhaal aan schoolklassen.

Ideeëndiefstal

naar het gedicht