Betty Schols (* 1941) wordt geboren als kind van een niet-Joodse moeder en een Joodse vader. Twee weken na haar geboorte wordt haar vader via het doorgangskamp Schoorl gedeporteerd naar het concentratiekamp Mauthausen, waar hij nog in hetzelfde jaar overlijdt. In juni 1943 worden ook Betty’s Joodse grootouders gearresteerd en via Westerbork naar het vernietigingskamp Sobibor gebracht, waar zij direct na aankomst worden vergast. Betty en haar moeder vinden aanvankelijk onderdak bij haar niet-Joodse grootouders in Den Haag; tijdens de hongerwinter na D-Day steken zij de IJssellinie over naar Zwolle, waar zij de bevrijding meemaken. Betty Schols zet zich intensief in voor Holocausteducatie; als gastspreker van de herdenkingsplaats Westerbork houdt zij regelmatig lezingen voor scholieren.