2e jaargang, nr. 33, pagina 15
2e jaargang, nr. 33, pagina 16
2e jaargang, nr. 33, pagina 17

cover / inleiding inhoudsopgave

Interview met Stalin

(zie omslagbeeld)

Onlangs ontmoette ik Josef Stalin,
En ik vroeg hem,
“Hoe gaat het met uw vrouw?”
Hij zei: “Goed, dank u.”

Toen zei ik, beste Stalin,
Hoe zit het met een interview?
En hij antwoordde, omdat u het bent,
Zal ik het u toestaan.

Hoe staat het met het offensief?
Meneer, dat staat niet stil, nee, het loopt,
In de breedte, in de diepte,
Zodat het Hitler angst inboezemt.

Alle dorpen, alle steden,
Nemen we in een duurloop in,
Plek na plek valt om het hardst,
En dat zal niet snel stoppen.

En de nieuwe gepantserde voertuigen?
Die zijn geweldig, zoals het mij lijkt,
En ik heb niets om over te klagen,
Behalve dat men soms denkt,

Dat de remmen niet veel waard zijn,
Omdat je ze niet kunt stoppen,
En de wereld kijkt verbaasd,
Heeft nog nooit zoiets gezien.

En hoe zit het met de Finnen?
Geven die het niet snel op?
Man, de Finnen zijn gek geworden,
En idioot, niet te kort,

Konden voor een lange tijd vrede hebben,
Maar ze geloven de leugens van Hitler,
En ze vechten door en gaven
Alle macht aan Mannerheim.

Zoiets kan ik niet verdragen,
Maar nu is het te laat,
Finland mag daarom ook niet klagen,
Als het daar binnenkort slecht mee gaat.

Wat is uw waardevolle mening
Met betrekking tot de invasie?
Het ziet er nog voorzichtig uit,
Maar langzaamaan komt het eraan.

Was het Duitse tempo van de opmars
Niet sneller dan dat van u nu?
Dat is mogelijk, zei Stalin,
Maar daar is niets aan te doen.

Hitlers tempo was te stevig,
Hij heeft zichzelf uitgeput,
Nee, ik blijf liever krachtig,
Ook al duurt het iets langer.

Duurt het lang tot het einde van de oorlog,
Of komt de vrede snel,
Wat ik echt geweldig zou vinden,
Het geweld heeft lang genoeg geduurd.

Stalin, met een ondeugende glimlach,
Zei toen: Ik zie licht,
Maar nauwkeurigere tijdschema‘s,
Breedenbeek, die zal ik niet onthullen.

Post-editing: Sylvia Stawski, Ernst Sittig