1e jaargang, nr. 1, pagina 4
1e jaargang, nr. 1, pagina 5

cover / inleiding inhoudsopgave

Groote mannen

Daar doet men zijn experimenten
Gebruikt het land als proefkonijn,
Verspilt het bloed, verkwist de centen,
Veroorzaakt leed, veroorzaakt pijn:
Schept armoe slechts en groot ellende
En noemt het orde, dan en tucht,
Zoo wordt men van een onbekende
Een grootsch persoon, beroemd, berucht.
Men wikt en weegt, beraamt een plan
En is eensklaps de groote man.

Al gaat het volk ook naar de haaien
Men speelt meedogenloos vabanque
Italie ligt op ‘t apengaaien
En steeds nog jaagt men het op stang
Haalt Ethiopië en Albanje
Wil heel de middellandsche Zee,
Vergiet’s lands bloed voor Franco’s Spanje
En doet aan Hitlers oorlog mee,
Want soort zoekt soort, tiran tiran,
Ook Adolf is een groote man.

En volken razen, volken dwepen
En men doet alles wat men kan,
Men laat zich in den oorlog slepen
En alles voor de groote man.

Men ziet de asvolken verschijnen
Gewillig voor ’t experiment
Als vivisectie proefkonijnen,
Want allen lokt hij uit hun tent,
De Wonderdoener-Charlatan,
Voor wat is hij de groote man?

Het is voor beiden misgelopen
Een groote man is al K.O.
En alle volken gelooven, hopen,
Dat Adolf gauw gaat evenzoo.
Duitsch-Italiaansche katerstemming
Met nederlaag en bommenval
Het lijkt één groote dierentemming
Met tuchtiging en zweepgeknal.
Nu krijgt een veeg men uit de pan,
Dat dankt men aan de groote man.

 

 

[Lesung: Sjors Houkes]

Transcriptie: Thilo von Debschitz