1e jaargang, nr. 10, pagina 12
1e jaargang, nr. 10, pagina 13
1e jaargang, nr. 10, pagina 14
1e jaargang, nr. 10, pagina 15

cover / inleiding inhoudsopgave

Dieren klagen

Vaak klagen mensen tegenwoordig
Over slechte tijden.
Maar ook onder de dieren
Heerst geen vreugde.

Als verslaggever
Heb ik verschillende gevraagd.
Over het algemeen
Wordt er vreselijk geklaagd.

Eerst ging ik naar de hond,
die boos verklaarde:
Het is een hondenleven!
Geen vlees wordt mij gegeven.

Ik werd vegetariër,
maar dit was ook tevergeefs,
de tijden werden slechter,
nu is er ook geen groente meer.

Toen vroeg ik de kat.
Die zong een klaaglied:
De melk is niet te drinken,
het vet wordt haar ontnomen.

Het completeren van voedsel,
Dat is volkomen hopeloos:
De muizen zijn verhongerd.
Wat moet ik  dan toch doen?

En bovendien – het is vreselijk –
Maakt men vaak jacht op mij,
En willen ze me gebruiken
Als vervanging van wildbraad.

De derde Russlandwinter
Komt er uiteindelijk nog bij.
De Duitsers hebben nog
menig bonthandschoen nodig.

Het paard stond te klagen:
Er is nu geen benzine,
Dus vandaag moet ik
De zwaarste lasten trekken.

Ze geven me geen haver.
De zweep jaagt me aan.
Ze lijken echt te geloven
Dat, dat me kan verzadigen.

De vlo was ontevreden:
Het gaat helemaal niet goed met mij.
Omdat mensen bloedeloos zijn,
De oorlog zuipt te veel bloed.

Ik kwam bij koning leeuw,
Die brulde vehement:
Mensen zijn voor het roofdier
Vandaag een te grote concurrentie.

Hyena‘s en jakhalzen,
Ze zien het vol jaloezie,
Voelen zich als onschuldige weeskinderen
Vergeleken met deze menselijkheid.

En ook de klerenmot
Was helemaal niet zorgeloos:
Er is te weinig wol
En veel te veel geschreeuw!

Ik ontmoette alleen een mestkever,
die zeer tevreden was,
Hij vond de huidige tijden
Gewoonweg prachtig:

Ik moet de tijden prijzen,
Sprak hij heel ongegeneerd,
Want het vuil drijft tegenwoordig boven,
En heerst en triomfeert.

Post-editing: Marinus Pütz, Elke Eikmeier