1e jaargang, nr. 13, pagina 4
1e jaargang, nr. 13, pagina 5

cover / inleiding inhoudsopgave

“1943 is geen 1918.“

En meneer Goebbels doet veel moeite
Om het volk duidelijk te maken
Dat er geen redenen zijn
Om zich bijzonder op te winden.

Zeker, het is behoorlijk elastisch,
En soms (!) moet men toegeven,
Maar van een ineenstorting
Ziet men nergens nog een teken.

Ja, het volk kan zeker standhouden
Onder de de hevige druk,
Hun houding is verheven,
Echt prijzenswaardig.

En met dergelijke vleierijen
Probeert hij hen in slaap te sussen,
Hij probeert hen te overtuigen
Dat ze toch zullen overwinnen.

In vergelijking met het jaar ‘18
Is de situatie vandaag veel beter,
En een plotselinge mislukking
Is vandaag niet aan de orde.

Hoewel Engelse bommen
Duitsland vandaag grote zorgen baren,
Begint de ochtend van vergelding
Langzaam maar zeker te dagen.

En aan de positieve kant
Mag Duitsland niet vergeten
Dat het vandaag in vergelijking
Veel meer te eten heeft.

Het gezicht van het Duitse volk
Toont wonden, toont littekens,
Die echter de lust om te vechten
Tot nu toe geenszins hebben bedorven.

Als een rots in de branding
Staat de Führer, nooit wankelend,
Een voorbeeld gevend, vastberaden
In de oorlogsstorm nooit aarzelend.

Niet zoals destijds, toen we door zwakte
De vijand verbijsterden,
Dit keer zullen ze zich verbazen
Dat we vechten tot het einde!

Het zijn niet de oude geluiden,
Heldere, vrolijke oorlogsfanfares,
Die men gewend was te horen
Van meneer Goebbels al die jaren.

Nee, het klinkt erg melancholisch,
het motief van Götterdämmerung,
Doffe, droevige akkoorden,
Getuigen van de nabije diepte van het graf.

Post-editing: Hanny Veenendaal