2e jaargang, nr. 31, pagina 5
2e jaargang, nr. 31, pagina 6
2e jaargang, nr. 31, pagina 7

cover / inleiding inhoudsopgave

Gastheer Adolf

De verblijfplaats van den Belgischen Koning.
Een officieele mededeeling in de Belgische pers maakt bekend dat er een verandering in de verblijfplaats van den Belgischen koning heeft plaats gevonden. In verband met het bombardement van het koninklijk slot te Laken, waar de koning sedert zijn capitulatie verblijf houdt, heeft, aldus de officieele mededeeling, de Führer zich verplicht gevoeld, den koning en zijn naaste verwanten in veiligheid te brengen. Den koning is een andere verblijfplaats aangewezen, die naar de mededeeling verder gaat, zijn rang en positie waardig is. – 16-6-44

De Führer is een goede man,
Ik kan hem best verdragen,
Ook koning Leopold, die kan,
Heusch over hem niet klagen

Toen Leopold zich overgaf
En dus den strijd ging staken
Zond Adolf hem, men stond toen paf,
Slechts naar zijn slot te Laken

Hij was gevangen, naar men weet,
Maar hij werd goed behandeld
En in een eenvoudig burgerskleed
Is hij door ’t park gewandeld.

En Leopold dacht zeer tevrêê
Ik heb een prima woning,
Die Adolf valt me heusch wel mee,
Ik voel me als een koning.

Hij had zoo mooi op zijn gemak
Daar kunnen blijven zitten,
Maar Engeland had eraan lak,
Want de gemeene Britten,

Die lieten op het koningslot
Onlangs hun bommen vallen
Voor Leopold was dat wel rot,
Dat snappen jullie allen

En Adolf, die was erg benauwd
Voor ’t leven van den koning,
Zoodoende heeft hij hem versjouwd
Gauw naar een nieuwe woning

Hij liet hem voor zijn veiligheid
Dus maar naar Duitschland brengen,
Daar komen nooit, het is een feit,
De Britten, deze krengen.

De koning is geen gijzelaar,
Hoe kun je zooiets denken,
Welneen, dat is beslist niet waar,
Geen haar zal men hem krenken.

Neen, Leopold is reuze blij
Met Adolfs goede zorgen,
Hij krijgt ook bij ’t ontbijt een ei
Op elke Zondag morgen.

Bij Adolf is geen gast tot last,
Hij laat zich goed onthalen,
Slechts kunnen zij, die hij vergast
Hun woonplaats niet bepalen.

Al voelt men zich niet bijster vrij,
Zijn service is uitsteekend
En is de oorlog eens voorbij,
Wordt met hem afgerekend.

Ons koningin denkt vol van spijt
Op ’t oogenblik te Londen
Ik had wat meer gezelligheid
In Mofrika gevonden.

Men krijgt er heusch een pracht verblijf
En voelt zich reuze veilig
Want Adolf acht leven en lijf
Van al z’n gasten heilig …

Transcriptie: Thilo von Debschitz