3e jaargang, nr. 5, pagina 2
3e jaargang, nr. 5, pagina 3
3e jaargang, nr. 5, pagina 4

cover / inleiding

Veiligheid onder Seyss

Indien men geloof wil schenken aan de vijandelijke propaganda zouden de Nederlanders leven onder een niet te beschrijven druk, zij zouden worden opgejaagd en in een wijden boog om Duitsche soldaten heenlopen. Om dat te beoordelen, bezie men die groepen, die het meest onbeschermd zijn, zooals vrouwen, meisjes, en kinderen! Zijn die bang of hebben die te lijden van Duitsche soldaten? Kunnen in Nederland vrouwen en meisjes niet ongehinderd op haar fietsen rondrijden? – 11-1-45

Als geschoolde demagoog
Houdt Seyss-Inquart zijn betoog
Spreekt van valsche persberichten,
Spreekt van leugens en geruchten,

Die de vijanden verspreiden
En dat Tass en Reuter zeiden
Dat men hier zeer angstig leeft,
Dat men rilt en dat men beeft

Wegens Duitsche gruweldaden,
“Vreest men dat men u zou laden
In de treinen als het vee?”
En het antwoord luidt: “Wel nee!”

Seyss vraagt verder: Is het waar
Dat men hier sinds menig jaar
Opgejaagd als een stuk wild
En van angst en schrik vervuld

Mmmer [nimmer] is tot rust gekomen?!
Worden fietsen weggenomen?
Worden menschen weggevoerd
En beschouwt u mij als ploert

Die slechts rooft en wreed vermoord
En die Neerlands rust verstoort?
Antwoord even, of het waar is,
Of ik als rijkscommissaris

Slechts ellende heb gebracht,
Maakt U voor de Duitsche macht,
Waar U kunt, een wijde boog
Zit in plaats van hoog en droog

Ondergrondsch en onderwater?
Wordt men rijp voor psychiater
En voor ’t zenuwengesticht,
Geestelijk totaal ontwricht?

Is, wat menig booze krant
Ergens in het buitenland
Heeft verteld, geen lage leugen
Ziet men niet op alle wegen

Hoe de vrouwen en de meisjes
Op haar fietsen maken reisjes
Onbevreesd en safe en veilig?
Zijn haar fietsen ons niet heilig?

En dat is toch een bewijs,
Aldus sprak de goede Seyss
En men moet het haast beamen,
Sinds de duitsche troepen kwamen

Werd het leven een genoegen,
Maar ik heb iets toe te voegen.
Ja, ik zeg, waarop het staat,
Inderdaad ziet men op straat

Slechts de meisjes en de vrouwen
Want het is niet te vertrouwen
Voor de Nederlandsche mannen,
Ongetelden zijn verbannen,

Ongetelden opgesloten,
Ongetelden doodgeschoten.
Zij, die zich op straat begeven,
Die riskeeren wel hun leven

En dus blijft de man maar thuis
Met die veiligheid van Seyss
Is het blijkbaar niet erg pluis.

Transcriptie: Thilo von Debschitz