1e jaargang, nr. 11, pagina 7
1e jaargang, nr. 11, pagina 8
1e jaargang, nr. 11, pagina 9

cover / inleiding inhoudsopgave

Krementsjoeg!

Een naam leest men thans vaak genoeg
En deze naam is Krementsjoeg
De duitsche pers zingt in mineur
Het duitsche front, het kreeg een scheur

De mof moet weder eens terug
Het Roode leger slaat een brug
Een bres het Roode leger sloeg,
Verslaat den Mof bij Krementsjoeg.

Niet optehouden is de tocht,
Stalin bedreigt de Dnjeprbocht
De mof ziet dreigen aan de rim,
Ze snijden ons straks af de Krim,

De Rooden zijn zoo radikaal,
De Dnjepr is geen kinderpraal,
Wij hebben heel wat voor de boeg
In Rusland en bij Krementsjoeg.

En Hitler is thans vreeslijk bang
Hij weet, het duurt niet meer zoo lang,
De Dnjeprlinie is kapot
In Duitschland heerscht thans dagelijks mot

Het volk het knort, het volk het bromt,
Wanneer er eindelijk vrede komt.
Aan ’t wankellen is het Oostelijk front,
Die is gedood en die gewond,
De eene laat de andere vroeg

Die elders, die bij de Krementsjoeg.
En overal loopt het thans mis
Men ziet dat men verloren is
Waar als je daar maar iets zegt,

Vergaat het je thans reuze slecht
Herr Göbbels liegt: es ist nicht wahr!
En Himmler heeft het voor elkaar,
Wie heden wat teveel verteld
Wordt korterhand terechtgesteld.

Is het jullie nog niet genoeg?
Stalingrad? Tunis?? Krementsjoeg???

Transcriptie: Thilo von Debschitz