1e jaargang, nr. 4, pagina 11
1e jaargang, nr. 4, pagina 12
1e jaargang, nr. 4, pagina 13

cover / inleiding inhoudsopgave

Jawohl, Jawohl Herr Kommissar

(Song)

Toen meneer Seyss in Neêrland commissaris werd
Was als de bliksem bij de heele Mussert snert
En toonde zeer verheugd zich met de nieuwe staat
En was bereid tot landverraad.
En Antoon Mussert dient bij hem zich spoedig aan,
Met mijn beweging zal het zeker beter gaan
Met onze hulp krijgt u de Nederlanders’ Klein,
Wij zullen u behulpzaam zijn.

Refrein
Jawohl, Jawohl Herr Kommissar,
De NSB staat voor u klaar
En voor een kleintje onvervaard
Speelt steeds zij in de duitsche kaart
Wij boksen het wel voor elkaar,
Steeds tot uw dienst Her Kommissar

En men gaf onbeschroomd het land aan moffen prijs
Gewillig werktuig was men gauw van den heer Seyss
En men verried zijn medeburgers waar men kon
Men was verrader en spion.
Men wilde spoedig Nazi maken heel het land
Maar dat bleek tegen propaganda wel bestand
Seyss Inquart had tot eenig steun de N.S.B.
De N.S.B. zong zeer gedwee:

Refrein:
Jawohl, jawohl etc.

Seyss Inquart was soms werkelijk zeer teleurgesteld
Hij had gedacht, die Anton Mussert was een Held
Hij is niet de verwachte reuzen glans figurant
Dictator slechts en miniature
Gewillig wordt aan Seyss verkocht heel Nederland
Aan Adolf Hitler had men wel een goede klant
Voor spek en boter, eieren, groente en voor … bloed,
Met zulk export verdient men goed

Refrein:
Jawohl, jawohl etc.

De zaak komt anders uit men oorspronkelijk dacht,
Het duistere leger heeft allang verspeeld zijn kracht
En wie goed oplet heeft allang wel opgemerkt
De Mof wordt spoedig weggewerkt.
En Mussert heeft met Seyss nog eens geconfereerd
En heeft in Duitsland een asyl voor zich begeerd.
Hij is zeer bang voor de gevolgen van ’t verraad
En daarom poetst hij gauw de plaat.

Helaas, helaas Herr Kommissar,
U weet ik stond steeds voor U klaar,
Was voor een kleintje niet vervaard
En speelde in de duitsche kaart,
Helaas kwam het niet voor elkaar,
Nu help me toch, Herr Kommissar.

Transcriptie: Thilo von Debschitz