2e jaargang, nr. 10, pagina 7
2e jaargang, nr. 10, pagina 8
2e jaargang, nr. 10, pagina 9
2e jaargang, nr. 10, pagina 10

cover / inleiding inhoudsopgave

Een “Grimm”ig sprookje

(bij de omslagfoto)

Eens was er een Leipziger Straße,
Het is al lang geleden,
Nu is er alleen een puinhoop,
Alles is verwoest en leeg.

Er waren geen hongersnoden,
Nee, er was overvloed aan worst,
En de lichtrode salami
Was een genot voor het oog.

De ganzenborsten en de hammen
Ze waren lieflijk gemarmerd
En leken naar voorbijgangers te zwaaien:
Gelukkig degene die zich aan ons tegoed doet.

Het was een tijd vol geluk en – worsten,
Jullie leefden daar als in een gedicht,
Jullie leefden echt als vorsten,
Maar helaas, jullie wisten het zelf niet.

In die tijd kon een meisje nog
Met haar vriend gaan wandelen,
Men kocht worst en kocht broodjes
Voor een picknick, dat zal men begrijpen.

Men kocht op de Leipzigerstraße
Wat men nodig had,
Was men misschien ook krap bij kas,
Dat belemmert niet het gelukkig zijn.

En na het winkelen reed het stelletje
Per tram naar het Grunewald
Daar beminden ze elkaar als in een sprookje,
Maar helaas werd het snel anders.

Toen kwam Adolf aan de macht,
Hij nam de zaak in handen
En dankzij het wijze leiderschap van Hitler
Gebeurde het dat de worst als eerste verdween.

En boter, spek en vetten
Koffie en thee verdwenen ook,
Maar ondanks de magerheid van de tijden
Behield Herr Göring zijn buik.

Men zag niet langer de hamkrullen
Zo delicaat-koket als voorheen,
Men at de boterhammen droog
En zonder worst en zonder vet.

De mooie worstdecoraties
Van vroeger, die waren er niet meer,
Men had bommen en kanonnen nodig,
Daarom werd de etalage leeg.

Maar daarmee was het niet voorbij,
De jongeman werd al snel soldaat,
Zijn meisje wrong eerst haar handen,
Maar voegde zich toen naar de raad van de Führer.

Naar Rusland ging hij toen
En stierf de Duitse heldendood,
Zijn meisje had afgetobde wangen,
En huilde haar oogjes rood.

Maar ze heeft niet lang verdragen,
De zware droefheid en het verdriet,
Want onlangs werd ze gedood,
Toen een vliegtuigbom neerkwam.

De jongeman en het meisje stierven,
De mooie straat ligt in puin,
Miljoenen leven nog en lijden,
En denken: we gaan binnenkort ten onder.

Men krenkt de Führer nog geen haar,
Miljoenen dragen stil hun lijden,
Het is een bitter, wreed sprookje,
Dit ‚grimmige‘ sprookje van deze tijd.

Post-editing: Sylvia Stawski, Ernst Sittig