2e jaargang, nr. 16, pagina 12
2e jaargang, nr. 16, pagina 13
2e jaargang, nr. 16, pagina 14

cover / inleiding inhoudsopgave

Afscheid van het OWC

Wij wachten nu al maandenlang,
Dat ergens iets geschiedt,
Wij willen vrij uit ons gevang
Want langer kan het niet.

Zoo menig droombeeld ging teloor
En men is uitgeput,
Hoelang gaat dit spel nog zoo door
Vraagt men thans zonder fut.

Men ziet geen eind, men ziet geen slot
En geen vooruitzicht meer
En voor dit feit verstomt ons spot,
De tijd drukt ons terneer.

Het Onderwater-Cabaret,
Een kind van dezen tijd,
Is oorlogsmoe en wil naar bed
En voelt niets meer voor strijd.

Zijn optimisme is gedoofd,
Het is een en al chagrijn,
Hoezeer het zich heeft uitgesloofd,
Het kan niet vroolijk zijn.

Het Onderwater-Cabaret
Stelt vast: de stof is op
En mijn publiek begrijpt, ik zet
De werkzaamheden stop.

Oorspronkelijk was het mijn plan
Door te gaan tot de vreê
Maar aangezien niet verder kan
Vandaag het OWC,

Bied ik U mijn excuses aan
En zeg, dat het me spijt,
Dat het niet langer door kan gaan
Maakt me dus geen verwijt,

Maar kijkt naar ’s werelds schouwtoneel,
Waar alles langzaam gaat
En dat zoolang al veel te veel
Te wenschen overlaat.

Wij hebben lang genoeg gespeeld
En lang genoeg gezeurd
Dat het terminale haast verveelt
En daarom is de beurt

Aan gene comediantenkliek
Die ons maar wachten laat,
Haar grootspraak maakt ons loom en ziek,
Thans eisen wij de daad.

Intusschen zegt het OWC
U voor Uw aandacht dank
En zegt voorlopig maar
Misschien voor kort of lang …

 

 

[ Voordracht: Richard Gonlag ]

Transcriptie: Thilo von Debschitz