2e jaargang, nr. 21, pagina 11
2e jaargang, nr. 21, pagina 12

cover / inleiding inhoudsopgave

“Pioniers van den Arbeid”

“Pioniers van den Arbeid”
De Führer heeft eenige op den voorgrond tredende mannen uit het Duitsche arbeidsleven onderscheiden door hen tot “pionier van den arbeid” te benoemen. Onder hen bevinden zich verschillende arbeiders. De onderscheidenen zijn: Rijksminister dr. Dorpsmüller, de handelsraad dr. Hermann Roechling, dr. Albert Voegler, prof. dr. Claudius Dornier, ir. Helmut Stein de draaier Ernst Becker, de meesterhorlogemaker John Schwarzer, de boorder Peter Kuesters en de werkmeester Eugen Weiczorek. – 1-5-44

Jullie die altijd jullie lonen verlaagden
En jullie werktijden verlengden
Jullie medewerkers en metaalproletariërs
In steeds diepere armoede stortten,

Die jullie slechts om in bedwang te houden
Aan het fascisme hebben prijsgegeven,
Herinneren jullie je nog de oude
Vertegenwoordigers van het kapitalisme.

Ja, jullie zullen hen nog herkennen,
De heren en hun misdaden,
Horen jullie de naam Röchling noemen,
Dan denken jullie aan de mijnen van de Gebroeders Stumm

In het Saargebied en aan het lijden,
Dat de mijnwerker daar moet verdragen,
Meneer Röchling noemde jullie onbescheiden,
Jullie hongerden niet zonder klagen.

En Voegler, hoofd van de staalbaronnen
In het Ruhrgebied liet ook honger lijden
En liet jullie uiteindelijk zonder
Inkomsten door de straten rondhangen.

En deze mannen worden met hun
Sociaal-politieke „verdiensten“
Vandaag door de Führer gemaakt tot „pioniers
Van de Duitse arbeid“, goed aangeschreven

Uitbuiters en onderdrukkers zijn ze
In Adolf‘s mooie wonderstaat,
Men eert hen zelfs als mensen die het volk gelukkik maken
En zingt luid hun lofzang.

Dit zijn de nieuwe „socialisten“,
Die jullie toekomst waarborgen,
De breinen achter de fascisten,
Die welzijn, vrijheid, leven wurgen.

Ze zijn de pioniers van het ongeluk,
Die ongeluk, nood en dood veroorzaken,
Hoe lang zal Duitsland hun
Criminele tirannie nog verdragen?

Post-editing: Sylvia Stawski, Ernst Sittig