2e jaargang, nr. 30, pagina 14
2e jaargang, nr. 30, pagina 15
2e jaargang, nr. 30, pagina 16
2e jaargang, nr. 30, pagina 17
2e jaargang, nr. 30, pagina 18

cover / inleiding inhoudsopgave

Invasiefranken

(Bij de omslag montage)

In plaats van voedsel – vals geld!
Deze geallieerde invasiegeldbiljetten werden in grote hoeveelheden gedragen door gevangen genomen luchtlandingstroepen. – Hamburger Fremdenblatt – 12-6-44

De geallieerde troepen die in Frankrijk aan wal zijn gegaan moeten natuurlijk betalen wat zij daar koopen. Het zou voor de hand liggen, dat zij daarvoor Fransche bankbiljetten gebruikten. Zij doen dit echter niet, maar brengen speciale “invasiefrancs” mede en dit zou niet zoo erg zijn, als de Anglo-Amerikanen maar niet van de gelegenheid gebruik hadden gemaakt om zich een financieel voordeel te verschaffen. De officieele koers van den franc is namelijk 176 francs tegenover een pond sterling. Van de invasiefrancs, die als gewone francs in betaling moeten worden aangenomen, gaan er echter geen 176 maar 205 in een pond, een verschil van 29 francs! De Anglo-Amerikanen kunnen dus op Franschen bodem goedkoop koopen – zij leiden een inflatie in. – 16-6 44

De Nazipers heeft opgewonden
En afkeurend geconstateerd,
Dat door de Engelschen te Londen
Een nieuw soort geld werd gecreëerd

In Frankrijks dorpen, Frankrijks steden,
Die door hun legers zijn bezet,
Betalen britsche troepen heden
En Yankees met zulk bankbiljet.

Het is een soort Invasiefranken,
Dit Eisenhower-Bankpapier,
De duitsche persorganen janken,
Heel Frankrijk wordt arm als een mier.

Tezamen komt met de invasie
Een overstrooming met dit geld,
De Britten bringen een inflatie
Naar Frankrijk, dit wordt vastgesteld.

Zij brengen Frankrijk niet te eten,
Valsch geld wordt in het land gepompt,
Dit wordt de Engelschen verweten
En lees ik het, sta ik verstomd.

Maar ga ik aan het overleggen,
Is dit dan werkelijk heusch waar,
Dan moet ik eigenlijk wel zeggen,
Was ik een Duitscher had ik maar

Hierover liefst mijn mond gehoûen,
Want als het over valsch geld gaat,
Denk ik, er heerscht niet veel vertrouwen
Erin hoe thans de gulden staat.

Als Britten thans naar Frankrijk komen,
Is er beslist niets meer te koop,
De moffen hebben ’t meegenomen
Precies als hier heeft in den loop

Van de voorbije oorlogsjaren
Men ’t land heel grondig kaal geplukt
Men heeft Frankrijk voor goede waren
Met duitsche marken begelukt.

Er zijn zoovele zeere punten,
Raakt men ’t valutathema aan,
Waar bleven de Zilveren munten,
Zijn die soms naar Berlijn gegaan?

Waar is het kopergeld gebleven
Slechts leelijk, troosteloos grauw zink
Heeft ons de Mof in ruil gegeven
En slechts in mijn herinnering

Zie ik de schoone oude knaken,
De Guldens, duppies en de spie
Het nieuwe geld? Niet te genaken,
Ik krijg teveel, als ik het zie.

En alle menschen rennen vluchten,
Zoover zij kunnen voor dit geld
Zij kunnen het niet zien nog luchten,
Het houdt geen waarde, wordt verteld.

De Mof heeft Neêrlands goede gulden
Ontbloot van zijn soliditeit,
Hij dompelde het land in schulden,
Men raakte geld en waren kwijt.

De Nederlandsche Bank is heden
Van Seyss’ en van Tonningens domein,
De gouddekking is overleden
En werd begraven te Berlijn.

Papier is immers zoo geduldig,
De drukpers draait dus ook maar raak,
Wie morgen dood is, is niets schuldig
En overmorgen loopt het spaak.

Zij hebben ’t economisch leven
In heel Europa zwaar ontwricht,
Maar nu zullen zij ’t gauw begeven,
Ik zie alreeds het eerste licht.

En zie ik de Invasiefranken,
Dan zeg ik met wat jaloezie,
Wat zal ik blij zijn en God danken,
Als ik Invasie-Guldens zie.

Transcriptie: Thilo von Debschitz