04-11-1944, 2e jaargang, nr. 53, pagina 7
04-11-1944, 2e jaargang, nr. 53, pagina 8
04-11-1944, 2e jaargang, nr. 53, pagina 9

cover / inleiding inhoudsopgave

Rechtvaardiging

Alsjeblief maak geen verwijten
Dat ik Duitsche verzen schrijf,
Zie de waarheid, zie de feiten,
Hoe ik toch dezelfde blijf.

Want het zijn wel Duitsche tonen,
Maar er spreekt geen Moffengeest
En geen waanzin van Teutonen
Uit die strophen, die ge leest

Zij zijn in het Duitsch geschreven,
Maar van Hitlersmetten vrij
En een antwoord wordt gegeven
Aan de duitsche dwingelandij

Duitsche fouten, duitsche daden
Worden scherp becritiseerd
Hitlers roof- en moordnomaden
Worden fel geportreteerd.

Spiegeling voor de “Germanen”
Voor de wereld waarschuwing,
Om te leeren en te manen,
Acht me dus niet te gering.

Kijk naar inhoud en gedachten,
Die hier uitgesproken zijn,
Zijn zij slecht, ga ze verachten,
Of in ’t Grieksch ze of Latijn

Of in ’t Duitsch zijn uitgesproken,
Wat is taal? Slechts materiaal,
Menig schobber heeft gesproken
Nederlandsch als moedertaal,

Want de NSBers geven
Neerlandsch woord en duitsche waan,
Heb ik soms ook Duitsch geschreven,
Ben ik lang geen Hitleriaan,

Boven landen, boven tijden,
Boven talen, boven grens
Staat het doen en staat het lijden,
Staat het voelen van den mensch.

Transcriptie: Thilo von Debschitz