3e jaargang, nr. 14, pagina 4
3e jaargang, nr. 14, pagina 5

cover / inleiding inhoudsopgave

Geen verschil

Meneer Göring sprak: Ik wil niet
Langer in het duister leven,
Ik houd meer van de schijnwerpers.
Wat kan er mooier zijn

Dan pronken als een Lohengrin
In uniformen?
Als een edele ridder, trots en moedig,
Zelfs als men een schurk is,

De uniform verheft tot godheid,
Want kleren maken de man.
Maar na het bankroet van het hakenkruis,
Wordt dat voor mij een fiasco zijn.

Wat moet ik doen? Hoe moet ik mezelf
Aan deze affaire onttrekken
Het wordt verschrikkelijk in Duitsland.
En bloeien in het verborgene

Als een viooltje, dat valt me zwaar.
Ik moet representeren.
Maar als ik zonder uniform zou zijn,
Zou dat me deprimeren

Ik zou zo graag naar Afrika
En Zulu- worden.
Daar wenkt mij een nieuw leven
Geheel zonder bretels.

Gekleed in een pantervel,
Versierd met doodshoofden,
Wil ik de Zulu-stam
Grondig en heel snel veredelen.

Ik zou de Zulu-Rijksmaarschalk worden
Met duizend ere-onderscheidingen,
Dan weerklinkt mijn roep als donder,
Ik zou iets bereiken.

Er is alleen één moeilijkheid,
Om me volledig aan te passen.
Het Zuluras is zo ver verwijderd
Van onze edelrassen.

Het grote verschil
Mag niet worden onderschat,
Anders zou ik graag uit het Rijksgebied
Wegrennen naar Zululand.

De Führer sprak: Mijn beste man,
Dat lijkt me niet helemaal juist,
Of het nu gaat om een Zulu-neger of een Germaan,
Dat is lang niet zo belangrijk.

Sinds ik het Derde Rijk
Schiep met zijn folterkwellingen,
Zijn wij Germanen net zoals
De orde der kannibalen.

Post-editing: Hanny Veenendaal