1e jaargang, nr. 2, pagina 11
1e jaargang, nr. 2, pagina 12

cover / inleiding inhoudsopgave

Grijsaards moeten sokken breien

Ondanks dat we trillen en onze handen beven
En ondanks dat onze hoofden schudden
Heeft men ons nu werk gegeven,
Zet men ons arme stumpers aan het werk
Grijze veteranen van 1870,
Hoewel onze zoon in de wereldoorlog is gesneuveld,
roept men ons nogmaals onder de wapenen
Met zwaardgekletter en brekende golven
Met Hitlergroet en marsmuziek
Laat men ons grijsaards sokken breien.

We zagen rijken komen en gaan,
Hoe onhandig zijn onze handen,
Voor hen is het eigenlijk afgelopen
Maar Goebbels noemt het een speling van het lot
En zegt dat het verkwikkend is,
Als men met zijn voet in het graf
Nog Hitler en het rijk kan dienen
En zo nog steeds het besef heeft
Om het Duitse vaderland te beschermen
En in zijn laatste ogenblikken,
Nog soldatensokken te breien.

We zagen rijken komen en gaan,
De keizers, sociaaldemocraten,
Maar nog nooit heeft men gezien
Wat Hitler en de nazi’s deden,
Men stelt halve lijken te werk
En haalt het laatste uit hun botten,
Naar het ongekende misbruik van grijsaards,
Grijpt een systeem, al bijna kapot,
Men laat ons sterven en stikken,
En tot het allerlaatst sokken breien.

Zodra ze arbeidskrachten ontwaren
Worden die meedogenloos aan het werk gezet
En ondanks dat onze handen trillen,
Kan de gevoeligheid niet meer worden gekwetst.

Soldaten vallen, steden branden
We zien het Duitse volk ten onder gaan
Men durft de grijsaards te misbruiken
Het heeft geen zin meer, het Reich zal sterven.
In zijn laatste momenten
Laat het de grijsaards sokken breien.

Post-editing: Elke Eikmeier, Hanny Veenendaal