1e jaargang, nr. 6, pagina 2
1e jaargang, nr. 6, pagina 3
1e jaargang, nr. 6, pagina 4
1e jaargang, nr. 6, pagina 5

cover / inleiding

Het Mussoleum

De Nazikranten brengen thans
Uitvoerige verslagen
Hoe misters Roosevelt en Churchill
Ten zeerste het beklagen

Dat Mussolini hun ontkwam
Daar Duitschers hem verlosten
Zij hadden zich ervoor getroost.
Veel moeite en onkosten.

Roosevelt had georganiseerd
Een reuze perscampagne,
Reporters waren al besteld,
Recepties met champagne

De microfonen wachtten al.
Dat men erdoor zou schreeuwen:
“Benito in Amerika!”
Toch hij is weg gebleven.

En ook de Fox Movietone News
Moet weder stil verdwijnen,
Benito is in duitsche hand
En kan dus niet verschijnen.

De feestelijkheid is afgelast,
De triomfale tochten
Met Mussolini als trofee
Waarvoor zij al verkochten

Programmas en entreebiljet
En wild reclame maakten
Totdat zij in moeilijk parket
Door Hitlers daad geraakten.

Roos’velt en Churchill zijn bedroefd
En voelen zich verlegen,
Dat Mussolini thans is vrij,
Het valt hun leelijk tegen.

Dat is hetgeen het DNB
Aan ons verkondigt heden,
Hiertoe verneemt het OWP*
Nad’re bijzonderheden.

* Onderwater-Persbureau

In aanbouw was reeds een gebouw
En wel een soort museum,
Mussolineum werd ’t genoemd
Verkort tot Mussoleum.

In ’t Mussoleum wordt getoond
De wording van ’t fascisme
Historie is’t van moord en bloed
En van wild fanatisme.

Historie van bewapening
Van hitsen en van stoken
Als nieuwe geseling der wereld
Moorddadig losgebroken.

Als pronkstuk der verzameling
Houdt men in deposito
In een stabiele roofdierkooi
Duce Benito.

En tot suppoost had men benoemd
Wel twintig Abessijnen
Tien Spanjaarden, een Albanees,
Die kunnen van de pijnen,

Die het fascisme hun gebracht
Natuurgetrouw verhalen
En laten Mussolini ook
Zijn oude schuld betalen

Zij praten met hem in die taal,
Die hij met hun gesproken
Zij klinkt wat hard en radikaal
Men hoort van “straf” “gewroken”,

Men hoort “vergelding” en “revanche”
Van “dorpen bombardeeren”
En van “gezinnen uitgemoord”
En hoort “ik zal je leeren”.

Men hoort de klappen van de zweep
En hoort den duce smeken
De groote man, hij is zoo klein,
Pas thans is het gebleken.

De opening ging nog niet door
Men moest haar uit nog stellen,
De hoofattractie bleef nog uit,
Maar ik kan u vertellen,

Dat dit uitstel geen afstel is.
Is ’t niet vandaag of morgen
Het Mussoleum wordt gesticht,
Wij zullen ervoor zorgen!

Transcriptie: Thilo von Debschitz