2e jaargang, nr. 14, pagina 15
2e jaargang, nr. 14, pagina 16

cover / inleiding inhoudsopgave

Zij van de Atlantikwall

Op de vraag of de Atlantikwall gereed is, moet ja en neen geantwoord worden. Ja! Inzooverre reeds maanden geleden alles klaar was om ongenoode gasten te ontvangen en reeds tijdens ons vorig bezoek Duitsche commandanten verklaarden dat zij met een zeker ongeduld naar de komst der grootsprekers uitzagen; neen! Inzooverre het Duitsche opperbevel rusteloos verder blijft gaan met het perfectionneeren en uitbouwen van dit verdedigingssysteem en de veelzijdigheid en den omvang ervan met telkens nieuwe methoden en vindingen aanvult. – 29-2-44

We liggen aan de Atlantikwall
En we zijn bang voor de toekomst,
Geen gebrul als een donderslag wordt gehoord,
Het duurt te lang voor ons.

De oorlog duurt nu jaarin, jaaruit,
En nog steeds is er geen einde in zicht,
Soldatenleven, vrolijk zijn,
O Heer, als dat eens kon!

In het Oosten wijkt het Duitse leger terug
Dag na dag, steeds verder,
Het hart is zwaar, men hoopt niet meer
En het uitzicht is somber.

Het vaderland is gebombardeerd,
Of vrouw of kind nog leeft,
Of de Tommy vandaag zal komen
Hangend, vrezend, zwevend.

Men wacht al een hele tijd
En er is nog niets gebeurd,
En vaak wenst men dat het voorbij is
Dit kan zo niet verdergaan.

In de bunker is het comfortabel,
Maar het is geen pretje,
Dat eindelijk het einde zou komen!
Denkt men onophoudelijk.

Men ligt hier in het vuil en wacht,
Waarom, waarvoor, waarop?
Compleet zinloos, zonder doel,
Men neemt alles voor lief.

Het leven van de hoge heren verlengen we
En toch zal hun ondergang komen,
Dus hier liggen we voor niets
Vandaag aan de Atlantikwall.

We liggen aan de Atlantikwall
En wachten op de dood,
Men is verbaasd dat men nog leeft
Bij elk ochtendgloren.

Post-editing: Ernst Sittig, Sylvia Stawski