2e jaargang, nr. 14, pagina 8
2e jaargang, nr. 14, pagina 9

cover / inleiding inhoudsopgave

Misbruik van De Génestet

Strijdt mee in onzer dagen strijd
Maar met Uw leven; wandel – werk,
Oh, zeg niet wat Uw mond belijdt,
Oh, zeg niet van wat naam of kerk
Maar toon van welke geest ge zijt.
De Génestet. – 8/3

Nederlanders,
In bovenstaand Oud-Nederlandsch gedicht van den Volksdichter “De Génestet” staat ’t reeds zoo treffend geschreven: “toon van welke geest ge zijt”.
Welnu dan, toont dat de geest van den grootsten Admiraal aller tijden, Michiel Adr. de Ruyter, voortleeft in alle rijen van het Nederlandsche volk. Blijft niet hangen achter moeders pappot, maar zet U in voor de toekomst van Uw volk. Vecht mee voor de vrijheid ter zee! Vaart uit voor Europa! Meldt U als vrijwilliger bij de Kriegsmarine.

De Génestet’s gedicht misbruikt
Als oproep tot laag landverraad,
Die elk gebod en wet ontduikt
Zoekt deelgenoten voor zijn daad,
Zijn misdaad die zoo bloedig ruikt

Men roept de jeugd van Nederland
Tot dienst op voor een vreemde vloot
Men zegt niet, dat dit dienstverband
Gelijk staat aan een wisse dood
Welneen, men prijst het in de krant.

Diegene toont in ware geest
Zich waardig de verleden tijd,
Die thans niet meer thuisblijft en niet vreest,
Doch voor de ‘Kriegsmarine strijdt’.
Dus hulp verleent aan ‘t Duitsche beest.

De oproep is voor niemandal
Want daar is niemand, die zich meldt
En die hun hulp verlenen zal,
Neen, noch door woorden, noch door geld
Wordt Neêrlands jeugd tot Duitsch vazal.

Transcriptie: Thilo von Debschitz