2e jaargang, nr. 21, pagina 5
2e jaargang, nr. 21, pagina 6
2e jaargang, nr. 21, pagina 7

cover / inleiding inhoudsopgave

“Daar is geen ‚maar‘ en geen ‚nee‘.“

(Song)

11-9-39
Hitler duldt geen tegenspraak, van niemand. Zelfs een opmerking, beginnend met “Aber … Mein Führer” is voldoende, om iemand in ongenade te doen vallen. Dat is zoo’n gewoonte van hem geworden, dat hij nog wel eens de grootste moeite kan krijgen met zijn staf-officieren, nu hij zich zelf tot “eersten soldaat-opperbevelhebber” heeft benoemd. Als men in de gedachten van millioenen Duitschers kon lezen, menschen, die zijn opgegroeid met de wet: alles wat de Führer doet is goed, hij is onfeilbaar, dan zou men lezen: we vergisten ons, toen we dachten, dat Engeland en Frankrijk niet in den oorlog zouden komen. We vergisten ons, toen we meenden dat de Britsche dominions afzijdig zouden blijven. En we waren er glad naast, toen we erop rekenden, dat Britsch-Indië in opstand zou komen. Ook was het voorbarig om aan te nemen, dat Japan de heele Britsche vloot in het Oosten zou vasthouden. Dwaasheid ook was het, om te veronderstellen, dat Spanje een basis voor onze onderzeeërs zou worden. En we vergisten ons ook, toen we aannamen, dat Polen zich wel zonder verzet zou overleveren, toen Rusland te kennen gaf, niet te hulp zullen snellen. Natuurlijk, onze Führer heeft altijd gelijk, maar … hééft hij inderdaad gelijk?

De Führer had altijd gelijk
En er was geen tegenspraak
Wie het waagde bezwaar te maken,
Merkte dat altijd snel genoeg

Alleen Adolf weet wat goed voor ons is,
Alleen Adolf weet wat ons nuttig is
En wat de economie ten goede komt,
Want hij is slim en ondeugend.

Refrein:
Daar is geen ‘maar’ en geen ‘nee’.
En Adolf weet het helemaal alleen
En als hij het zegt, zal het wel zo zijn,
Geef de Führer gewoon vrij baan,
Wat Adolf doet, is welgedaan.

Of Duitsland boter nodig heeft,
De Führer weet het, hij is slim
En als het Duitse volk halfverzadigd is,
Als hij denkt dat het genoeg is,

Wees overtuigd, dan is dat ook zo,
Het belangrijkste is het idee
En al doet de maag pijn van de honger,
De Duitse ziel heeft er geen last van.

Refrein:
Daar is geen etc.

Als je maar ijverig wapens maakt,
Zal de honger ooit gestild worden,
Alleen bewapening geeft ons kracht,
Door haar zal de maag ooit gevuld worden

Er is geen verzet,
Wee degene die ons tegenwerkt,
We zullen elk land onderwerpen,
Zelfs als het de hele wereld is.

Refrein:
Daar is geen etc.

Maar na een tijd merk je dat
Adolf‘s berekening niet klopt,
En dat hij slecht heeft voorspeld
En dat het geen goed einde heeft.

De krant zingt weliswaar elke dag
Hetzelfde lied in je oren
Maar langzaamaan ontstaan er twijfels
Bij menig gelovig gemoed.

Slotrefrein:

Is er geen Maar en geen Nee?
En weet Adolf het helemaal alleen?
En als hij het zegt, zal het dan zo zijn?
Misschien verbeeldt hij het zich nog steeds,
Maar klopt het wel? Ik geloof: Nee!

Post-editing: Sylvia Stawski, Ernst Sittig