2e jaargang, nr. 59, pagina 9
2e jaargang, nr. 59, pagina 10
2e jaargang, nr. 59, pagina 11
2e jaargang, nr. 59, pagina 12

cover / inleiding inhoudsopgave

Annemie

Mijn naam is Annemie,
De wapenindustrie
Is nu mijn vakgebied,
Omda‘k granaten giet.

Dat ik granaten draai,
Dat vind ik niet zo fraai.
Toch maak ik veel munitie,
Ontsnappen kan ik nie.

Ik kan hier niet vandaan,
Want Adolf pakt ons aan.
We werken vroeg tot laat,
Omdat ’t niet anders gaat.

Mijn naam is Annemie,
Ga elke ochtend vroeg
Naar de granaatfabriek,
Nooit zingen in de kroeg.

Eens mocht ik Hitler zeer,
Maar nu allang niet meer.
Ben wars van het gezemel,
Spuug op de Hitlermädel.

Daar heeft men mij geleerd,
Dat als je Hitler eert,
Het goed met Duitsland gaat,
Een denkbeeld dat ik haat,

Want nu is zonneklaar,
Geen woord daarvan is waar.
Vandaag weet Annemie:
Beroerder kan het nie.

Vandaag ben ik verdoofd,
Van alle hoop beroofd.
Het Rijk sleurt ieder mee,
Gaat naar de ratsmodee,

Zal op de klippen slaan
Dankzij de naziwaan.
De nazi’s zijn de schuld,
Ik wens vol ongeduld:

Was de oorlog maar voorbij
En vader weer bij mij.
Hoe graag ik dat ook wil,
De kans is haast nihil.

De kans erop is klein,
Want het kan zo maar zijn,
Dat hij voor ‘t eind nog valt.
Ook als God hem behoudt

En hij thuis arriveert,
En wij gebombardeerd –
Zien wij hem ook niet meer.
Ach, wist ik maar: wanneer?

God weet wat er gebeurt.
Zolang de Führer führt,
En wij uit werken gaan
Zal er geen weerzien zijn.

Allenig Hitlers dood
Helpt ons uit de nood.
Ja dan, zegt Annemie,
Dan juich ik wel voor drie.

Vertaling: Machteld Bouman