2e jaargang, nr. 60, pagina 16
2e jaargang, nr. 60, pagina 17
2e jaargang, nr. 60, pagina 18

cover / inleiding inhoudsopgave

Grootvaderlijk commentaar

Hij heeft ook het ‘Zilveren Kruis’, maar hij heeft het nog niet in zijn bezit, want je ontvangt dit niet meteen. Maar omdat korporaal Z. echter met verlof wil, leent een kameraad, Sergeant Qu., Drager van het Duitse Kruis, hem de zijne

Zuiver Arisch is hij zeker niet
De neus doet het vermoeden
De rassentheorie
Staat immers op losse schroeven

Voor mij, die denkt als een Ariër
Is dit een behoorlijk kritiek geval
Ik constateer gekrenkt
Die kerel is toch een Semiet

Ik val bijna van mijn stoel
Wat durft men ons te melden
Zo waar een Itzig Schmuhl
Toont men als Duitse held

De dappere soldaat
Blijkt broer
Voor menige heldendaad
Kreeg hij een hele lading,

Een kleurrijk allegaartje
Van vele onderscheidingen
Het IJzeren Kruis I en II,
Het maakt hem mateloos blij

En omdat hij dapper was
En helemaal niet bang
Krijgt hij uiteindelijk  zelfs
Het Zilveren Gevechtsinsigne

Hij hanteert vaardig
Uiterst moedig de karabijn
Maar ook al wordt hij nog zo gedecoreerd
Zijn voorouder was rabbijn

Misschien in Krotoschin
Misschien ook in Krojanke
En als de voorouder hem zou zien
Dan zou hij zeggen: Dank je wel

Voor zulk een flauwekul
En: ik vind het hilarisch
Mijn kleinzoon, Nazi-Christen
Kan er – sjabbes van maken.

Transcriptie: Marioin Frankenhuis