1e jaargang, nr. 17, pagina 8
1e jaargang, nr. 17, pagina 9
1e jaargang, nr. 17, pagina 10

cover / inleiding inhoudsopgave

Gedwarsboomde plannen

En het zijn al tien lange jaren,
Dat nu Hitlers nazistam
Zich dik en volgevreten heeft
Aan de Duitse voederbak.

Ja, met slimme frasen heeft men
Het Duitse volk eerst bedrogen,
Het in zijn macht gekregen
En vervolgens grondig uitgemest.

Men heeft het toekomstig geluk beloofd
En het de oorlog in gejaagd,
Berouw, armoede, kater
Zijn het Duitse volk bijgebleven.

En de oorlogsmisdadigers wensen
Nu aan straf te ontkomen,
En ze hebben al naar asiel gezocht
In het buitenland.

Ja, dat zou wel wat zijn
Als men ergens zijn toevlucht kon vinden
En heel stilletjes, stil en zachtjes
Van het toneel kon verdwijnen.

En wat men geroofd, gestolen heeft,
Zou men rustig kunnen verteren,
Als ergens een plekje was
Voor de nazipensionarissen.

En men heeft al veel geregeld
En men heeft afspraken gemaakt,
Deze wilde graag in Zweden zijn,
Die wilde graag in Zwitserland wonen.

Iemand wilde graag naar Spanje,
Iemand dacht Portugees,
Iemand dacht, in Ankara
Zou ik ooit paradijselijk leven.

Maar de dromen zijn voorbij,
Hun hoop is ten einde.
Omdat de kwade geallieerden
Dreigend hun handen uitstrekken.

Het is de neutralen verboden
Nazis onderdak te bieden,
En in menig bonzenhuis
Vloeien vandaag de tranen van pijn.

En met angst en schrik ziet men
Het water van vergelding stijgen,
En men kan er niet aan ontsnappen,
Nee, het laat zich niet verzwijgen.

En ze vinden geen rust
Niet overdag, noch in de slaap,
En ze trillen en ze beven
Voor het schrikbeeld van straf.

Post-editing: Marinus Pütz