1e jaargang, nr. 4, pagina 2
1e jaargang, nr. 4, pagina 3

cover / inleiding

Proloog voor NSBers en Duitschgezinden

Er voelt zich heden door de krant
Tot ‘Frontzorg-actie’ aangezet
En mee gaat doen met hand en tand
Het Onderwater-Cabaret.

Als men zoo Willem Mengelberg
En zijn orkest in actie ziet
Wordt men jaloersch in been en merg
En speelde ook zoo graag zijn lied.

Carters gezelschap, wat een prul,
En zooiets noemt men variété,
Paulus de Ruiters flauwekul
Valt in het niet bij ‘t O.W.C.

Dat schept een heel bijzond’re sfeer
Voor N.S.B. en frontsoldaat,
Het bijt en sport en trekt van leer
En zegt precies, waarop het staat

En veel meer waarde wordt gehecht
Aan waarheid dan aan aardigheid
Krom noemt men krom en slecht blijft slecht,
En moord is moord en feit is feit.

Het heeft het juiste perspectief,
Door Göbbels’ richtlijn niet begrensd,
En is veel minder positief
Dan menig N.S.B.’er wenscht.

Ik heb al lang eraan het land
En lang al heeft het me verveeld,
Ik vond, dat dagelijks in de krant
Genoeg comedie wordt gespeeld.

En omdat ik het vond teveel,
Wat dagelijks me werd voorgezet,
Breng ik de waarheid op ’t toneel
In ’t Onderwater-Cabaret.

Aan ‘Frontzorg’ is gewijd dit spel
Als zorg voor het inwendig front
Hekelt het onverbloemd en fel,
Of N.S.B., of Arbeidsfront:

Wij geven U een andere kost,
Dan ‘Volk en Vaderland’ ze stooft
Het O.W.C. staat op zijn post
En stoot U misschien voor ’t hoofd.

Maar misschien wordt door zulk een stoot
Van Uw vergissing U geheeld
Het O.W.C. speelt op zijn poot
En heeft dan niet voor niets gespeeld.

Transcriptie: Thilo von Debschitz