1e jaargang, nr. 4, pagina 4
1e jaargang, nr. 4, pagina 5

cover / inleiding inhoudsopgave

Het lied van het N.A.F.

Men nam het Roomsche Vakverbond,
Christenen en N.V.V.
En maakt ervan het Arbeidsfront
Met leiding NSB

En van die nieuwe Eenheidssnert
Een Woudenberg de Leider werd.
Maar ach, het was een kruis,
De werkers bleven thuis.

Refrein:
Geachte meneer Woudenberg,
Wat bent u toch verkouden erg,
Wat zit u aan de grond,
Met ‘t nieuwe Arbeidsfront

Wat echte N.V.V.ers zijn die blijven altijd rood
Een Christen, die blijft altijd fijn
‘t R.K. vervoert geen poot.
En wat ‘ie zingt en wat ie zegt
Het ’t Arbeidsfront loopt het heel slecht
Hij roept: menschen wordt lid
Het geeft geen sikkepit

Ref 2.
Geachte meneer Woudenberg etc.

En hij blijft eenzaam en alleen
En het loopt hem niet mee
De werkers bleven hard als steen
En contra N.S.B.
En trouw aan ’t oude vakverbond
En tegen ’t nieuwe Arbeidsfront
Ze blijven wat ze zijn
Of rooms of rood of fijn.

Refrein:
Geachte meneer Woudenberg etc.

Maar als de mof verdreven is,
Dan zal je pas wat zien,
Dan is’t met N.S.B.ers mis,
Nu gaan ze clandestien.

Dan gaan ze in het openbaar
Men legt ze op de doodenbaar
En er heerscht vroolijkheid:
Zie zoo die zijn we kwijt.

Geachte meneer Woudenberg,
Dan bent u pas verkouden erg,
Men stopt u in de grond
Met ’t Nazi Arbeidsfront.

Transcriptie: Thilo von Debschitz