2e jaargang, nr. 27, pagina 13
2e jaargang, nr. 27, pagina 14
2e jaargang, nr. 27, pagina 15

cover / inleiding inhoudsopgave

„Iedereen is oorlogsmoe“

Iedereen is oorlogsmoe,
Iedereen denkt, wanneer is het voorbij?
Komt de vrede dan nog steeds niet?
Soldaten willen graag naar huis,

Ze willen graag bij hun vrouwen zijn,
De vrouwen willen hun mannen zien
En denken elke dag met angst
Dat hij misschien nog kan sneuvelen.

De vaders willen bij hun kinderen zijn,
Die ze al zo lang niet hebben gezien,
En zijn boos op de nazi-beulen,
Ja, zo kan het niet langer doorgaan.

Soldaten, arbeiders en boeren,
Die denken vandaag af en toe
Hoe lang zal dit nog duren,
Wanneer zullen we eindelijk tot rust komen?

De Führer zal niet eeuwig regeren,
Nee, op een dag is het voorbij,
Dan zal hij jullie niet meer lastigvallen,
Het leven zal dan een genot zijn.

En alle mensen worden broeders,
Hij heeft zijn ‚Kampf‘ verloren,
Voorbij zijn de dagen van naziliederen,
Voorbij is de krampachtige propaganda,

Voorbij zijn de dagen van mensenjachten,
Want Heinrich Himmler is er niet meer,
Voorbij is het met het afslachten van volkeren,
Men zingt niet meer „Volk an’s Gewehr“.

Voorbij is het huilen van de sirenes,
Dat nu aan iedereens zenuwen knaagt,
Ja, het is voorbij met de verschrikkingen waaraan
Men vandaag de dag blootgesteld is.

Voorbij zijn de tijden van angstige nachten,
Waarin de angst de slaap wegnam,
Voorbij zijn de tijden van folterknechten,
Omdat een tijd van vrijheid is gekomen.

Ik weet dat er eens betere tijden zullen komen,
Omdat dit niet eeuwig kan blijven duren,
Op een dag zullen de vredesklokken luiden,
Maar soms vraag ik me af: wanneer?

Zeker, het blijft niet zo op aarde,
Nee, op een dag heeft de wereld er genoeg van,
Maar ik zou willen dat het anders zou worden,
Zolang je er nog iets aan hebt …

Post-editing: Elke Eikmeier