2e jaargang, nr. 32, pagina 16
2e jaargang, nr. 32, pagina 17

cover / inleiding inhoudsopgave

Het lied van de Rikketik

Blokletteranonymus. – Neen, uw geheele brief kan ik niet publiceeren, maar de laatste zin ervan worde hierbij tot algemeen vermaak afgedrukt: “Ik weet dat u geweldig bang bent en in de rikketik zit. Zoo hoort het ook.” – 18-7-44

Het gaat in ’t Oosten, naar ik hoor,
Bijzonder goed, de Rus rukt voor,
De Moffen trekken gauw terug
En alles gaat zoo reuze vlug.

Tot Duitschland duurt het niet meer lang
En alle Nazis worden bang
En ook de N.S.Bers hier,
Die kijken sip en kijken zuur,
Het is een reuze strop,
Hun vlieger gaat niet op.

Refrein:
De leider is doodsbleek voor schrik,
Van Geelkerken is zenuwziek,
De heele NSBer-zwik
Zit vreeslijk in de rikketik,
Max Blokzijl zingt al treurmuziek,
Maar wij zijn in ons schik.

Het gaat aan de Atlantikwall
Nog niet zoo best, nog niet zoo knal
En nog niet helemaal naar zin,
Maar wij staan nog pas in ’t begin

En gisteren viel ook Saint Lo,
Toen riep vol blijdschap ik !
In Utrecht op de Maliebaan
Keek men de zaak wat zwarter aan
Vriend Antoon zei Houzee!
Het valt beslist niet mee.

Refrein.

En ook in ’t Zuiden loopt het fijn,
Florence zal gauw gewonnen zijn
Zoals uit de berichten blijkt
Is ook Livorno al bereikt

Van Kesselring kreeg ’t eikenloof,
Een heel goed teeken naar ‘k geloof,
Van Rundstedt werd ook zo geëerd
En kort daarna gepensioneerd.
Geen wonder, dat ik zing:
Wanneer gaat Kesselring?

Refrein:

Met de japansche bondgenoot
Loopt het ook slecht, hij zit in nood
De oorlog valt ook daar niet mee
En Tojo kreeg pas zijn congé,

Waarheen men kijkt, waarheen men ziet,
’t is overal hetzelfde lied,
De man die eens de klappen gaf,
Die krijgt z’n loon, die krijgt z’n straf,
Die krijgt z’n trekken thuis
Gauw valt het hakenkruis.

Refrein.

Transcriptie: Thilo von Debschitz