2e jaargang, nr. 6, pagina 10
2e jaargang, nr. 6, pagina 11
2e jaargang, nr. 6, pagina 12
2e jaargang, nr. 6, pagina 13
2e jaargang, nr. 6, pagina 14

cover / inleiding inhoudsopgave

Portrettencultus

(zie fotomontage omslag)

Meer dan wie ook dienen jullie
Altijd weer valse profeten,
Lopen elke rover na,
Gaan onmiddellijk met hem dwepen.

Ja, de cultus van geweld,
Die zit jullie in het bloed,
Jullie kruipen voor de held
Die je tuchtigt met de knoet.

Jullie geloofden maar wat graag
De beloftes van de heren,
Op verovering belust,
Jullie lieten je chanteren

Door zo’n krachtige figuur
(Die ook vaak maar krachtig deed,
Doch het stelde echt niets voor).
Jullie deden ijverig mee

En versierden jullie wand
Met de laatste Hohenzollern,
Wilhelm, die verdween uit ’t land,
Keizer met de babbelkolder.

Hij beloofde: ik leid jullie
Een fantastisch tijdperk binnen,
Maar vergeten werd: een oorlog
Valt niet elke keer te winnen.

Toen de oorlog was verloren,
Dachten jullie slechts aan wraak:
Volgende keer wacht ons de zege
En dan is het ook echt raak.

Keizer Wilhelm aan de wand
Werd door anderen vervangen.
Heersers met een harde hand,
Had je maar weer zulke mannen,

Die met wapens onvervaard
‘t Duitse Rijk zijn grootsheid geven.
Nee, het is betreurenswaard
Dat die momenteel ontbreken.

Ja, dat hielp ons uit de plomp
En dan maakten we de blits,
We behaalden de triomf,
Zoals toen met alte Fritz:

Roofde Pruisen bij elkaar,
Hing in menige Duitse woning,
En had iemand commentaar,
Dan was hoon slechts zijn beloning.

Bismarckportretten kwamen ook
toentertijd enorm in zwang.
Heldenverering werd gewoon,
En daarachter zat een plan.

En als derde sterke man
Ging men Hindenburg inramen.
Duitsland was dus in de ban
Van die drie doorluchte namen,

Namen uit een vroeger tijd
Die van oude roem getuigen.
Hoe is Duitsland nu ontwijd!
Als het nu maar zou besluiten

Tot een krachtig tegenweer,
Tot weer nieuwe heldendaden,
Was het leven niet zo zwaar.
Maar wij voelen ons verraden,

Er ontbreekt een sterke man
Die ons erdoorheen zal slepen,
Nieuwe grootsheid brengen kan,
Onze ketens kan verbreken,

Die ons als de alte Fritz
Overwinningen zal brengen
En met donder, bliksemschicht
Vrees voor Duitsland af zal dwingen.

Die zoals in Bismarcks tijd
Eensgezind, massief en machtig
Voor ons werkt aan een nieuw rijk,
Ja voorwaar, was dat niet prachtig?

Adolf Hitler heeft men toen
Als degene aangewezen
Die dat werk voor ons kon doen:
Geschikt, zei men, en zeer bedreven.

Adolf als de sterke man
Prijkte toen in elke woning.
Jullie stonden aan zijn kant,
Maar wat gaf hij als beloning?

Nieuwe Fridericus Rex
Stortte jullie in ellende,
Heeft een puinhoop aangericht,
Zoals jullie die niet kenden.

Het bevalt jullie niet zo
Dat het land zo af kon glijden,
Want het hakenkruissymbool
Bracht in plaats van gouden tijden

Een ongelofelijk verval.
Jullie huizen zijn verdwenen,
En het Derde-Rijksverhaal
Zal nu snel een einde nemen.

Jullie woede is gewekt
En van binnen een verlangen
Om straks niet meer zijn portret,
Maar hem lijfelijk op te hangen.

Vertaling: Jaap van Vredendaal